Het College sanering ziekenhuisvoorzieningen (thans College sanering zorginstellingen) is ingesteld per 1 januari 2000. Het College heeft zijn basis in artikel 32 van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). Het College bezit rechtspersoonlijkheid en is een zelfstandig bestuursorgaan. Het College wordt gevormd door één door de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport benoemde onafhankelijke bestuurder. Bij het secretariaat van het College werken 11 personen, waarvan een aantal medewerkers in deeltijd.
Het College is niet “uit de lucht komen vallen”. De voorganger van het huidige College was de Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen. Deze Commissie is door toenmalig Minister Gardeniers geïnstalleerd op 14 oktober 1982. Hierop kon artikel 18b van de Wet ziekenhuisvoorzieningen operationeel worden. De Commissie bestond destijds, inclusief de door de minister benoemde voorzitter, uit vijftien leden. De leden kwamen voort uit het “zorgveld”, de verzekeraars en de vakbonden. Het secretariaat werd verzorgd door het COTG. Vanaf 1994 is de Commissie sanering verzelfstandigd in die zin dat er een eigen secretariaat kwam en dit secretariaat niet langer “inhuisde”bij het COTG.
De Commissie op haar beurt werd weer voorafgegaan door een informele regeling, omdat vrijwel direct na het in werking treden van de Wet ziekenhuisvoorzieningen (in 1971) de behoefte en noodzaak onderkend werd om ziekenhuizen te kunnen sluiten, waarbij de verplichtingen ten opzichte van personeel en crediteuren dienden te worden veiliggesteld. Tot de inwerkingtreding van het Besluit financiering (in 1981) heeft deze informele saneringsoperatie gefunctioneerd; de kosten van sanering van een sluitende instelling werden gedekt door een tariefopslag van de sluitende of naburige instellingen.
Het taakgebied van de Commissie betrof de instellingen die vielen onder de WZV. Omdat ook gebleken was dat instellingen, vallend onder de Wet ambulancevervoer, te maken hadden met sluiting was van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur het verzoek ontvangen te adviseren over deze kosten van sanering, omdat deze Wet zelf geen regeling voor saneringskosten kende. De Commissie heeft hierop een Planschaderegeling ambulancevervoer ontworpen. De Staatssecretaris heeft op 10 juli 1986 ingestemd met de regeling. De Commissie heeft naar analogie met haar wettelijke taak het COTG over de saneringskosten binnen het ambulanceveld geadviseerd. Kostenomslag vond plaats via een tariefopslag van de Centrale posten voor het ambulancevervoer.
Per 1 januari 2006 is de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) in de plaats getreden van de Wet Ziekenhuisvoorzieningen. Per deze datum is de naam gewijzigd in het College sanering zorginstellingen. De taken van het College sanering zijn door de invoering van de nieuwe wet ongewijzigd gebleven.
In 2007 heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de staatssecretaris een brief aan de Tweede Kamer gestuurd, de zogenaamde kapitaallastenbrief, waarin hij zijn voornemens met betrekking tot onroerende zaken in de gezondheidszorg heeft weergegeven. Tevens heeft de Minister per 9 juli 2007 nieuwe beleidsregels afgekondigd die strekken tot behoud van vermogen voor de zorg. Het College sanering heeft, op basis van deze beleidsregels om bij vervreemding van onroerende zaken en bij verkoop van aandelen van vennootschappen met onroerende zaken in eigendom, tot taak de waarde vast te stellen die voor de zorg behouden dient te blijven. Zorginstellingen dienen in hun jaarverslaglegging verantwoording af te leggen over de aanwending van opbrengsten voor de zorg.
Het College sanering ziekenhuisvoorzieningen (thans College sanering zorginstellingen) is ingesteld per 1 januari 2000. Het College heeft zijn basis in artikel 32 van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi). Het College bezit rechtspersoonlijkheid en is een zelfstandig bestuursorgaan. Het College wordt gevormd door één door de minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport benoemde onafhankelijke bestuurder. Bij het secretariaat van het College werken 11 personen, waarvan een aantal medewerkers in deeltijd.
Het College is niet “uit de lucht komen vallen”. De voorganger van het huidige College was de Commissie sanering ziekenhuisvoorzieningen. Deze Commissie is door toenmalig Minister Gardeniers geïnstalleerd op 14 oktober 1982. Hierop kon artikel 18b van de Wet ziekenhuisvoorzieningen operationeel worden. De Commissie bestond destijds, inclusief de door de minister benoemde voorzitter, uit vijftien leden. De leden kwamen voort uit het “zorgveld”, de verzekeraars en de vakbonden. Het secretariaat werd verzorgd door het COTG. Vanaf 1994 is de Commissie sanering verzelfstandigd in die zin dat er een eigen secretariaat kwam en dit secretariaat niet langer “inhuisde”bij het COTG.
De Commissie op haar beurt werd weer voorafgegaan door een informele regeling, omdat vrijwel direct na het in werking treden van de Wet ziekenhuisvoorzieningen (in 1971) de behoefte en noodzaak onderkend werd om ziekenhuizen te kunnen sluiten, waarbij de verplichtingen ten opzichte van personeel en crediteuren dienden te worden veiliggesteld. Tot de inwerkingtreding van het Besluit financiering (in 1981) heeft deze informele saneringsoperatie gefunctioneerd; de kosten van sanering van een sluitende instelling werden gedekt door een tariefopslag van de sluitende of naburige instellingen.
Het taakgebied van de Commissie betrof de instellingen die vielen onder de WZV. Omdat ook gebleken was dat instellingen, vallend onder de Wet ambulancevervoer, te maken hadden met sluiting was van de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur het verzoek ontvangen te adviseren over deze kosten van sanering, omdat deze Wet zelf geen regeling voor saneringskosten kende. De Commissie heeft hierop een Planschaderegeling ambulancevervoer ontworpen. De Staatssecretaris heeft op 10 juli 1986 ingestemd met de regeling. De Commissie heeft naar analogie met haar wettelijke taak het COTG over de saneringskosten binnen het ambulanceveld geadviseerd. Kostenomslag vond plaats via een tariefopslag van de Centrale posten voor het ambulancevervoer.
Per 1 januari 2006 is de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) in de plaats getreden van de Wet Ziekenhuisvoorzieningen. Per deze datum is de naam gewijzigd in het College sanering zorginstellingen. De taken van het College sanering zijn door de invoering van de nieuwe wet ongewijzigd gebleven.
In 2007 heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de staatssecretaris een brief aan de Tweede Kamer gestuurd, de zogenaamde kapitaallastenbrief, waarin hij zijn voornemens met betrekking tot onroerende zaken in de gezondheidszorg heeft weergegeven. Tevens heeft de Minister per 9 juli 2007 nieuwe beleidsregels afgekondigd die strekken tot behoud van vermogen voor de zorg. Het College sanering heeft, op basis van deze beleidsregels om bij vervreemding van onroerende zaken en bij verkoop van aandelen van vennootschappen met onroerende zaken in eigendom, tot taak de waarde vast te stellen die voor de zorg behouden dient te blijven. Zorginstellingen dienen in hun jaarverslaglegging verantwoording af te leggen over de aanwending van opbrengsten voor de zorg.