In de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) wordt de sluiting en de daarbij behorende vermindering van capaciteit van instellingen geregeld en is bepaald in welke gevallen subsidie kan worden verstrekt. Wanneer het Ministerie van VWS een sluitingsbeslissing heeft genomen, moet de betreffende instelling zich binnen zes weken bij het College sanering zorginstellingen aanmelden. Voor een goed verloop van het saneringsproces is het van groot belang dat het Ministerie van VWS op tijd een gehele of gedeeltelijke sluitingsbeslissing neemt. Daarna moet een instelling zich bij het College sanering aanmelden. Vooruitlopend op een sluitingsbeslissing kan de instelling al wel contact met het College sanering opnemen. Voordeel is dat het College sanering het verloop van het saneringsproces in een vroeg stadium kan volgen en de kosten zoveel mogelijk beperkt blijven. Het College sanering kan besluiten de aanvraag te behandelen, maar de beslissing over subsidieverlening pas na afgifte van de sluitingsbeslissing te nemen.
Is aan alle voorwaarden voldaan, dan neemt het College sanering het principebesluit om tot subsidieverlening aan de instelling over te gaan. Daarmee is de aanvraag in behandeling genomen. Er is echter nog geen sprake van een automatisch recht op een vergoeding. Als het College besluit een aanvraag in behandeling te nemen, wordt een gemachtigde aangewezen die namens het College toezicht houdt op het gehele saneringsproces. De taakÂuitoefening van de gemachtigde is van groot belang voor het College. Gemachtigden zijn niet in dienst van het College, maar zijn onafhankelijke deskundigen die toezien op de uniformiteit en rechtsgelijkheid van het saneringsproces.
Bij de subsidieverlening wordt vervolgens de instelling verplicht binnen een bepaalde termijn een liquidatiebegroting op te stellen. De liquidatiebegroting bevat een raming van alle kosten en baten van sanering. Met de liquidatiebegroting moet door het College worden ingestemd. Over de uitvoering van de liquidatiebegroting wordt regelmatig gerapporteerd. Als het proces van sanering is afgerond, stelt het College de subsidie vast. Een subsidievaststelling leidt tot een slotbetaling of terugvordering van teveel betaalde voorschotten.
Een gehele of gedeeltelijke sluiting van een instelling heeft veelal grote personele gevolgen. Daarom moet een instelling tijdig en in overleg met de vakorganisaties een Sociaal Plan opstellen. Voor het College geldt dat het Sociaal Plan niet de grenzen van de in de CAO gemaakte afspraken mag overstijgen. Kosten die verder gaan dan de in de CAO gemaakte afspraken worden niet als saneringskosten aangemerkt.
De gehele procedure en werkwijze van het College is erop gericht het saneringsproces zo zorgvuldig mogelijk af te wikkelen, met oog voor de belangen van alle betrokken partijen. Tevens dient het saneringsproces zo doelmatig en doeltreffend mogelijk te verlopen om onnodige kosten ten laste van publieke middelen te voorkomen.
In de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) wordt de sluiting en de daarbij behorende vermindering van capaciteit van instellingen geregeld en is bepaald in welke gevallen subsidie kan worden verstrekt. Wanneer het Ministerie van VWS een sluitingsbeslissing heeft genomen, moet de betreffende instelling zich binnen zes weken bij het College sanering zorginstellingen aanmelden. Voor een goed verloop van het saneringsproces is het van groot belang dat het Ministerie van VWS op tijd een gehele of gedeeltelijke sluitingsbeslissing neemt. Daarna moet een instelling zich bij het College sanering aanmelden. Vooruitlopend op een sluitingsbeslissing kan de instelling al wel contact met het College sanering opnemen. Voordeel is dat het College sanering het verloop van het saneringsproces in een vroeg stadium kan volgen en de kosten zoveel mogelijk beperkt blijven. Het College sanering kan besluiten de aanvraag te behandelen, maar de beslissing over subsidieverlening pas na afgifte van de sluitingsbeslissing te nemen.
Is aan alle voorwaarden voldaan, dan neemt het College sanering het principebesluit om tot subsidieverlening aan de instelling over te gaan. Daarmee is de aanvraag in behandeling genomen. Er is echter nog geen sprake van een automatisch recht op een vergoeding. Als het College besluit een aanvraag in behandeling te nemen, wordt een gemachtigde aangewezen die namens het College toezicht houdt op het gehele saneringsproces. De taakÂuitoefening van de gemachtigde is van groot belang voor het College. Gemachtigden zijn niet in dienst van het College, maar zijn onafhankelijke deskundigen die toezien op de uniformiteit en rechtsgelijkheid van het saneringsproces.
Bij de subsidieverlening wordt vervolgens de instelling verplicht binnen een bepaalde termijn een liquidatiebegroting op te stellen. De liquidatiebegroting bevat een raming van alle kosten en baten van sanering. Met de liquidatiebegroting moet door het College worden ingestemd. Over de uitvoering van de liquidatiebegroting wordt regelmatig gerapporteerd. Als het proces van sanering is afgerond, stelt het College de subsidie vast. Een subsidievaststelling leidt tot een slotbetaling of terugvordering van teveel betaalde voorschotten.
Een gehele of gedeeltelijke sluiting van een instelling heeft veelal grote personele gevolgen. Daarom moet een instelling tijdig en in overleg met de vakorganisaties een Sociaal Plan opstellen. Voor het College geldt dat het Sociaal Plan niet de grenzen van de in de CAO gemaakte afspraken mag overstijgen. Kosten die verder gaan dan de in de CAO gemaakte afspraken worden niet als saneringskosten aangemerkt.
De gehele procedure en werkwijze van het College is erop gericht het saneringsproces zo zorgvuldig mogelijk af te wikkelen, met oog voor de belangen van alle betrokken partijen. Tevens dient het saneringsproces zo doelmatig en doeltreffend mogelijk te verlopen om onnodige kosten ten laste van publieke middelen te voorkomen.